Een tien voor je onderwijs (dl.1): Inleiding

Nederland geeft veel geld uit aan onderwijs. De komende jaren ca 17 % van de rijksbegroting. Dat doen we, omdat we geen talent willen verspillen, omdat we eruit willen halen wat erin zit en omdat het goed is voor de economie. Als we geen talent willen verspillen, mag er niets mis gaan. We willen met andere woorden dat iedere onderwijsinstelling een tien haalt. Het zijn de directeuren, de besturen en de raden van toezicht die hiervoor moeten zorgen. Waar moeten ze op letten? Wat moet in ieder geval in orde zijn?
Een voldoende van de inspectie is nog geen tien, integendeel
Het antwoord lijkt simpel. Zorg dat je school van de onderwijsinspectie een “voldoende” krijgt. In de brochure “Toezichtkader vo 2013” wordt precies beschreven op welke indicatoren het oordeel van de inspectie gebaseerd wordt, dus je weet wat je te doen staat.

Hoewel…., juist op een punt dat al jaren hoog op de politieke agenda staat, het niet verloren laten gaan van talent, blijft de inspectie in gebreke.
In de onderbouw hanteert de inspectie met betrekking tot de opbrengsten een onduidelijke indicator: De leerlingen behalen in de onderbouw het opleidingsniveau dat mag worden verwacht”. Nergens staat over welke verwachting van wie het hier gaat en waarop die verwachting gebaseerd is.
In de bovenbouw is de indicator: “
De leerlingen lopen weinig vertraging op in de bovenbouw van de opleiding.” Het gevolg in de praktijk is dat scholen “bestraft” worden met een lagere waardering, als ze leerlingen de kans geven door doubleren alsnog het voor hen hoogst mogelijke niveau te halen. Dus proberen ze vertraging te voorkomen door leerlingen te “bevorderen” naar een hogere klas van een lagere afdeling.
In augustus 2007 wees de VO-raad hier overigens al op in een
reactie op het advies van de Onderwijsraad “Presteren naar vermogen”. Sindsdien is er nog niets veranderd.

Wat kun je doen?
Het gaat er dus om dat we geen talent verspillen. Er mag niets mis gaan. Dat betekent dat onze organisatie behoort tot dezelfde categorie als kenreactoren, operatiekamers, vliegdekschepen etc. Hier is de allerhoogste graad van betrouwbaarheid vereist, omdat anders veel levens of grote sommen geld verloren kunnen gaan. Het lijkt misschien wat overdreven om het onderwijs te vergelijken met kernreactoren en vliegdekschepen, maar ook miskend talent kan levens verwoesten en onbenut talent is nadelig voor de economie.

In 2001 is in de Verenigde Staten onderzoek gedaan naar succesfactoren in organisaties die 100% betrouwbaar moeten zijn *). Ik zal de resultaten van dit onderzoek als basis gebruiken voor een aantal artikelen waarmee schooldirecteuren, bestuurders en toezichthouders hopelijk hun voordeel kunnen doen. Hieronder de titels, met links naar de reeds verschenen afleveringen.

1. Inleiding (= bovenstaand artikel)
2. De snuoq, dat is pas een bonus
3. Lekker makkelijk?
4. Het belang van de dagelijkse gang
5. Wie heeft het hier voor het zeggen?
6. De mens als superprotocol

*) Weick K.E., Sutcliffe, K.M. Managing the Unexpected. Jossey-Bass; 2001
blog comments powered by Disqus